PARLEMENTSVERKIEZINGEN IN HONGARIJE
1998


In de Grondwet van de Hongaarse Republiek staat, dat de Hongaarse Republiek een onafhankelijke, democratische rechtsstaat is, waarin alle macht aan het volk is, die de volkssoevereiniteit via de gekozen vertegenwoordigers en ook direct uitoefent. 

De Grondwet beschikt ook over de datum van de parlementsverkiezingen: de algemene parlementsverkiezingen dient men te houden in het vierde jaar na de vorige parlementsverkiezingen in de maand april of mei. De precieze datum van de verkiezing wordt bepaald door de president van de republiek. 

De in 1989 gemaakte wet aangaande de verkiezing van de parlementsleden (in het vervolg Vpl.) heeft in Hongarije een gemengd kiessysteem van twee ronden ingevoerd, dat wordt gevormd uit elementen van een stemdistricten- en een lijstsysteem.

Het Hongaarse Parlement bestaat uit 386 parlementsleden, waarvan er 176 via de parlementaire stemdistricten, 152 via de regionale stemdistricten en 58 via de landelijke lijst gekozen worden.

Hiermee in overeenstemming is het Hongaarse kiessysteem als volgt opgebouwd: 

· 176 parlementaire stemdistricten: het land is opgedeeld in 176 parlementaire stemdistricten, uit elk stemdistrict komt een vertegenwoordiger in het parlement. 

· 20 regionale stemdistricten: de wet stelt 20 regionale stemdistricten in, die bestaan uit de 19 provincies en de hoofdstad. In deze stemdistricten is er een lijstverkiezing. Vanaf deze lijsten verdeelt men maximaal 152 mandaten. 

· Landelijke (compensatie) lijst: Vanaf deze lijst worden minimaal 58 mandaten verdeeld in verhouding tot de uitgebrachte stemmen op de kandidaten in de parlementaire stemdistricten en die op de regionale lijsten (deze twee tezamen: reststemmen) die geen mandaten opleverden voor de partijen. 

De Hongaarse kiesgerechtigden hebben bij de parlementsverkiezing de beschikking over twee stemmen. De éne kunnen ze uitbrengen op de kandidaat van het parlementaire stemdistrict de ander op de regionale lijst. Op de landelijke lijst stemmen is niet mogelijk. 

Een belangrijk element van het kiessysteem is de kiesdrempel, de essentie hiervan is dat alleen die partijen mandaten kunnen verwerven van de regionale en landelijke lijsten, die meer dan 5% van het totaal aantal uitgebrachte landelijk stemmen in de regionale stemdistricten hebben behaald. 

Een voorname filterrol is ook voor het systeem van kandidaatstelling weggelegd, die het mogelijk maakt dat alleen die politieke groeperingen in het parlement kunnen komen, die daadwerkelijk de beschikking hebben over beduidende maatschappelijk steun. 


De kandidaatstelling 

1. In de parlementaire stemdistricten dienen zowel de onafhankelijke kandidaten als de partijkandidaten 750 verklaringen van ondersteuning te vergaren om zich kandidaat te kunnen stellen. 
2. Die partij, die in éénvierde van de parlementaire stemdistricten van het regionale stemdistrict, maar minstens in twee parlementaire stemdistricten een kandidaat kan stellen, is gerechtigd om een regionale lijst samen te stellen. 
3. Die partij, die in 7 regionale stemdistricten een regionale lijst samenstelt, is gerechtigd om een landelijke lijst samen te stellen.

Het systeem van de verdeling van de mandaten 

De parlementaire stemdistricten werken volgens het absolute meerderheidsprincipe, de kandidaat die in het stemdistrict meer dan de helft van de stemmen heeft vergaard wordt parlementslid. In zoverre geen der kandidaten van het stemdistrict dit haalt, dient er een tweede ronde te worden gehouden. De wet vereist in de tweede ronde geen absolute meerderheid, de kandidaat, die de meeste stemmen krijgt, verwerft het mandaat. 

De kandidaten van de partijlijsten in de regionale stemdistricten verkrijgen in verhouding tot de uitgebrachte stemmen, in de volgorde op het stembiljet (gebonden lijst), een mandaat. Het verdelen van de mandaten geschiedt volgens de methode Hagenbach-Bischoff, de lijst welke niet meer als 5% van de in totaal op de partijlijsten uitgebrachte landelijke stemmen heeft behaald, kan echter geen mandaat verwerven,. 

Via de landelijke lijst (compensatie lijst) verkrijgen de partijen in verhouding tot de reststemmen mandaten. Als reststem gelden: de op de kandidaten in de parlementaire stemdistricten uitgebrachte stemmen, waarmee men bij de twee ronden geen mandaten behaalde, evenals de in de regionale stemdistrict uitgebrachte stemmen – in de geldige ronde van de verkiezing -, die niet genoeg waren voor het behalen van mandaten, evenals de stemmen, die boven het aantal van de stemmen zaten, die nodig zijn voor het behalen van een mandaat. Het verdelen van de mandaten geschiedt volgens de methode d’Hondt, de partij, die de landelijke kiesdrempel van 5% niet haalt, kan echter via de landelijke lijst geen mandaat verwerven. 



De uitslag van de parlementsverkiezingen in 1998

 

Partijen

In de parlementaire stemdistricten

Op de regionale lijst

Op de landelijke lijst

Totaal

Verhouding parlementaire
mandaten

Fidesz (Unie van Jonge Democraten)
MDF
(Hongaars Democratisch Forum)

50

 

 

50

12,95%

Fidesz (Unie van Jonge Democraten)

55

48

10

113

29,27%

FÜGGETLEN KISGAZDAPÁRT (Onafhankelijke Agrariërs Partij)

12

22

14

48

12,44%

MAGYAR IGAZSÁG ÉS ÉLET PÁRTJA (Partij van het Hongaarse Leven en Waarheid)

 

3

11

14

3,63%

MAGYAR SZOCIALISTA PÁRT (Hongaarse Socialistische Partij)

54

50

30

134

34,72%

MDF (Hongaars Democratisch Forum)

2

 

 

2

0,52%

SZDSZ (Unie van Vrije Democraten)

2

5

17

24

6,22%

Onafhankelijk

1

 

 

1

0,25%

Totaal

176

128

82

386

100,00%

 

De verdeling van de mandaten volgens de uitslag van
de parlementsverkiezingen van 1998

 

Het opkomstpercentage in de 1ste en 2de ronde van de parlementsverkiezingen
1994 en 1998